Oorspronkelijk gepubliceerd in "Habinjan" het tijdschrift van de Portugees- Israelitische Gemeente te Amsterdam. Maart,1995.

KITNIOT,SEFARDIM, ASHKENAZIEM, PESACH EN DE SLAVENHANDEL

Een van de meest bekende verschillen tussen sefardische en ashkenazische gewoontes is wel de vraag omtrent de toelaatbaarheid van Kitniot op Pesach. Er zijn verschillende soorten kitniot: Onder anderen: bonen, linzen, pinda's, gierst en meest bekend: rijst. Zoals bekend eten wij deze lekkerheden wel op Pesach, onze ashkenazische broeders niet.

Omtrent de vraag waarom zij niet van deze lekkerheden op Pesach willen genieten bestaat een volledige literatuur die zich over honderden jaren uitspant. Het probleem is n.l. dat al de geleerden het er over eens zijn dat deze etenswaren absoluut niet chamits zijn. De Talmoed (Pesachiem 35a) stelt heel duidelijk dat alleen die vijf graansoorten die voor het maken van de matsa gebruikt kunen worden, op Pesach verboden zijn zodra zij gaan gisten. Dit zijn: tarwe, gerst, spelt, haver en rogge.

Maimonides in zijn Mishne Torah (Mishne Tora:Chamits oeMatsa 5:1) maakt het meer dan duidelijk: "Het verbod van Chamits op Pesach slaat alleen maar op de vijf graan soorten die "Dagan" ( graan) heten - maar kitniot zoals rijst, gierst, bonen en linzen en gelijken kunnen niet chamits worden." De reden is duidelijk, kitniot kunnen wel rijzen, maar dat komt door verotting (sirchon) en niet door gisten (chimoets). Waarom moeten de ashkenaziem zich dan van deze heerlijkheden ontzeggen?

Wel dat is niet zo makkelijk te beantwoorden.De vraag is nl. of deze minhag "verzwarend" of juist "verlichtend" werkt. De bekende ashkenazische geleerde "Semak" (Sefer Mitvot Katan van Isaac ben Josef van Cobeil, 13e eeuw) stelt dat kitnioth "ma'aseh kedera" zijn, d.w.z. dat zij op de zelfde manier worden voorbereid als de vijf graansoorten, n.l. doormiddel van koken en dat mensen daardoor door de war zullen komen en per ongeluk werkelijk chamits zouden kunnen koken. Bovendien worden kitniot op dezelfde manier geoogst als de graansoorten en wordt er wel eens brood van kitniot gebakken. Om ongelukken te voorkomen verbied hij, evenals nog vroegere authoriteiten, om kitniot op de ashkenazische tafel te brengen.

Daar komt nog bij dat de kitniot vaak met de verboden graansoorten worden vermengd en dat het dan helemaal onmogelijk wordt de kitniot "chamits vrij" te houden. (Blijkbaar hadden onze sefardische voorvaderen daar geen moeilijkheden mee, omdat zij de rijst en andere soorten kitniot in de spaanse zon lieten drogen, terwijl ashkenaziem dat in de hete chamits-ovens moesten doen). Desalniettemin waren befaamde geleerden, waaronder ook askenaziem hier helemaal niet gelukkig mee: "En de gewoonte om geen rijst en andere kitniot op Pesach te eten is een minhag shetoet, een foutieve-domme gwoonte" schrijft Rabenoe Jeroecham ben Meshulam (14e eeuw) in zijn Toledoth Adam weChawa.(Netsiv 4,3)

Doch het was de beroemde Chacham Zwi (17-18e eeuw) uit Amsterdam die een oorlog tegen deze minhag wenste te voeren omdat deze gewoonte alleen maar tot halachische problemen zou leiden. Zijn even beroemde zoon Rabbi Ja'akob Emden schrijft (Mor oeKutzia, 453) dat Chacham Zwi elk jaar bij "het feest der matsot" de gewoonte had om het volgende te zeggen: "Als ik de kracht had dan zou ik deze minderwaardige minhag ontbinden. Deze verzwaring leidt alleen maar tot overtredingen.(Zij die geen kitniot eten moeten immers meer matsot bakken en zijn vaak niet voorzichtig genoeg met de daarbij gecompliceerde wetten van chamits!!) Moge ik een aandeel hebben indegene die deze minhag afschaft. Ware het dat de grote chachamiem van mijn tijd het met mij eens zouden zijn."

Maar Chacham Zwi heeft zijn wens niet zien verwezelijkt . Interessant is het feit dat het juist een grote sefardische geleerde was die het in principe voor deze minhag opnam. De beroemde "Peri Chadash" (Rabbi Chezkia ben David de Silva,17e eeuw) vond immers een talmoedische bron voor de gewoonte om geen kitniot op Pesach te eten. In het Traktaat Pesachiem (40b, zie tosafoth) vinden wij immers een opmerking van de grote talmoedische geleerde Rabba , die er bezwaar tegen maakte om meel in een pot op Pesach te koken,zelfs als dit meel uit linzen bestaat, "wanneer er vele slaven zijn die niet oppassen met de verboden, (en dus in staat zijn om eventueel chamitsmeel te gebruiken.)"

In dat geval is het natuurlijk zeer merkwaardig dat het juist de ashkenaziem waren, die geen kitniot eten terwijl het juist onze sefardische voorouders waren,die zich nog wel eens schuldig maakten aan het houden van slaven! Wij zullen dit raadsel aan de historici overlaten!

Nathan T. Lopes Cardozo

Terug naar het begin van de bladzijde

Home I Rav Cardozo I Music I Books I Cassettes I Archives I Contact Us

Contact Us Dutch Page Music Books Cassettes Thoughts & Lectures Rav Cardozo Homepage